Meten en weten: Gemma Frisius 1508-2008
Er zijn vele redenen om de vijfhonderdste verjaring van de geboorte van Gemma Frisius (Dokkum 1508 – Leuven 1555) niet onopgemerkt te laten voorbijgaan. Niet enkel binnen de geschiedenis van de Leuvense universiteit en van de wetenschap in onze gewesten is deze wiskundige, kosmograaf en medicus een centrale figuur. In zijn eigen tijd speelde deze humanistisch geïnspireerde geleerde een rol op Europees niveau.
Gemma vond nieuwe methodes voor topografische triangulatie, schonk daarmee de cartografie een wiskundige basis en legde met zijn eigen werk (o.a. een wereldkaart) de grondslag voor de befaamde cartografische school van de Lage Landen. Hij vervaardigde globes en allerlei observatie- en meetinstrumenten en maakte ook daarmee school.
Tot een halve eeuw na zijn dood werden zijn werken over heel Europa gelezen, gebruikt en herdrukt. Ze muntten uit door hun pedagogische aanpak, wat onder meer tot uiting kwam in de rijkelijke illustratie. Hij legde uit hoe geografische lengtemeting mogelijk is en hoe men zich op zee kan oriënteren. Zijn handboek voor rekenkunde kende een tachtigtal edities en was daarmee het meest verspreide van de zestiende eeuw.
Als een der allereersten was Gemma een aandachtig lezer van Copernicus en sloot hij zich aan bij diens wereldvisie.
En welke andere hoogleraar kan zich beroemen op leerlingen als Vesalius, Mercator en Dodoens?
© Fotos: Bruno Vandermeulen

