Geschiedenis

Een kasteel en een klooster
Alles begon met een kasteel, een jachtslot aan de rand van het woud in Heverlee dat in 1446 in bezit komt van de familie Croy, één van de machtigste geslachten in de Nederlanden. Willem van Croy (1458 - 1521), raadsheer van keizer Karel liet een nieuw kasteel optrekken en stichtte bij testament een Celestijnenklooster vlakbij het kasteel. Volgens goede Bourgondische traditie was de kerk bestemd als laatste rustplaats voor hem en zijn familie. Willems weduwe, Maria van Hamal, zorgde voor zijn laatste wilsbeschikking. Na het overlijden van Karel van Croy (1560 -1612), die geen wettelijke opvolgers had, gingen kasteel en klooster over op het geslacht Arenberg.
Paardenstal, proeftuin, peutertuin
De 18e eeuw luidde het einde van het klooster in. Keizer Jozef II hief in 1783 de Celestijnenpriorij op en in het revolutiejaar 1796 sloegen Rosse Max en zijn bende het interieur kort en klein. De stenen van de kerk werden in 1816 gerecycleerd bij de bouw van het paviljoen voor de prins van Oranje in Tervuren. De hertog van Arenberg liet ook de zuidvleugel van het klooster slopen en de rest van het pand herinrichten als paardenstallen en hondenkennel. In de oostvleugel, op de plaats van de vroegere refter en kapittelzaal, kregen zijn honderd paarden een vorstelijk onderkomen. Na WO I werd de universiteit eigenaar van de gebouwen. Tot 1985 was er een proefstation van de Belgische Boerenbond gevestigd.
Een bibliotheek in een klooster
In 1965 werd het pachthof door professor R.M. Lemaire heringericht als universitaire peutertuin, in feite het begin van de reconversie van het Celestijnenklooster. In 1996 schreef de K.U.Leuven een prijsvraag uit voor de reconstructie van het pand en de herinrichting van het klooster als bibliotheek voor de campus Heverlee. De opdracht werd toegewezen aan de internationaal gerenommeerde Spaanse architect Rafael Moneo. Op 1 oktober 2002 werd de nieuwe Campusbibliotheek Arenberg in gebruik genomen.
Meer info: 'De Celestijnenpriorij te Heverlee. Van klooster tot bibliotheek'
Met dank aan het Universitair archief, Jan Roegiers en Marc Derez

