|
![[Algemene informatie Universiteitsbibliotheek]](../images/infoub.gif)
![[Overzicht deelbibliotheken K.U.Leuven]](../images/bibliotheken.gif)
![[LIBIS-catalogus]](../images/catal.gif)
![[LibriSource]](../images/librisourcecontents.gif)


|
BIB-journaal |
nr.
25 - maart 2001 |
Informatieblad voor het
bibliotheekpersoneel van de K.U.Leuven
|
|
Toekomstvisie gevraagd
Hoe ziet de universiteitsbibliotheek
van de toekomst eruit? En hoe ziet de toekomst van haar medewerkers
eruit? De toekomst voorspellen is een hachelijke onderneming. Turen in
een glazen bol levert niets op, evenmin als koffiedik kijken.
Trendwatchers geven al meer resultaten, maar die blijven toch vrij
vaag of onzeker, of ze spreken elkaar tegen. In elk geval moeten we
voor heel wat beslissingen een zo goed mogelijk idee hebben over de
toekomst. Daarom is het nodig via literatuur en contacten met
collega's in binnen- en buitenland op de hoogte te blijven van wat men
elders doet en plant.
Bibliotheken evolueren in een snel tempo van bewaarplaatsen van
informatie naar organisaties die het mogelijk maken om vanuit de hele
wereld documentaire informatie beschikbaar te stellen. Dat hoeft dan
nog niet eens in de bibliotheek zelf te gebeuren; nu al kunnen
studenten en onderzoekers heel wat informatie op hun kot of hun
werkplek krijgen. Men kan zich zelfs afvragen hoeveel lezers een
biomedische of exacte bibliotheek over vijf of tien jaar nog over de
vloer zal krijgen. In de humane wetenschappen zal nog heel lang veel
papier nodig zijn, maar allerlei databanken en (elektronische)
kopieën van papieren informatiebronnen zullen ook voor gebruikers uit
die richtingen bibliotheekbezoek minder noodzakelijk maken.
Zullen universiteiten nog goede papieren en elektronische collecties
nodig hebben om studenten en onderzoekers aan te trekken of is het
voldoende dat ze alles wat elders zit ter beschikking kunnen stellen?
De waarheid zal wel in het midden liggen en nogal wat verschillen
naargelang de studie- of onderzoeksrichting. Het is in elk geval van
primordiaal belang dat er genoeg middelen worden voorzien om de
huidige goede dienstverlening van onze bibliotheken op peil te houden
en die te kunnen aanpassen aan de evolutie van onderwijs en onderzoek
(minder 'teaching' en meer 'learning', e-learning, e-publishing .).
In de mate dat de universiteit niet zelf de middelen heeft, moet
ernaar gestreefd worden via samenwerkingsakkoorden met andere
instellingen het nodige te voorzien.
Dienstverlening betekent niet alleen boeken en tijdschriften,
computers en databanken, maar ook mensenwerk en organisatie. Wanneer
een (elektronische) collectie ter beschikking wordt gesteld, dan moet
daaraan een selectie voorafgaan, alleen al omdat het geld en de tijd
er niet zijn om alles te verwerven ten gevolge van de exponentiële
groei van de op papier of andere dragers gepubliceerde informatie. Er
komt ook heel wat organisatie bij kijken: verwerving, ontsluiting,
beschikbaarstelling en bewaring kosten zelfs bij elektronische
tijdschriften heel wat tijd en moeite. En informatieverstrekking is
bij de huidige informatievloed misschien nog meer nodig dan vroeger.
Voor al deze taken moeten voldoende professionele krachten ingezet
kunnen worden, die de vereiste kwaliteitszorg kunnen waarborgen en die
zich continu bijscholen.
Een visie is als een kompas dat een stabiel referentiepunt biedt voor
de strategische planning. Maar om doeltreffend te zijn moet een
toekomstvisie gedragen worden door alle betrokkenen. Een 'shared
vision' is het organisatorische cement dat mensen samenhoudt door een
collectief besef van wat belangrijk is en waarom. De academische
overheid wil in de komende maanden meer zicht krijgen op de middelen
die nodig zullen zijn om de toekomst van de Universiteitsbibliotheek
als onmisbaar werkinstrument voor onderwijs en onderzoek veilig te
stellen. Het is dan ook belangrijk dat alle bibliothecarissen hun
bijdrage leveren tot de ontwikkeling van een termijnvisie.
Werner
Jonckheere
|
|
PERSONALIA |
|
We betuigen onze innige
deelneming aan onze collega's:
- Michel Vanden Broeck (BKOP) bij het
overlijden op 8 februari van zijn schoonvader, de heer Louis
Boeckx.
- Gerrit Van den Heuvel (BIBC) bij het
overlijden op 10 februari van zijn vader, de heer Alfons Van den
Heuvel.
Onze oprechte felicitaties gaan naar:
- Bart Peeters (LIBIS) en zijn
echtgenote Carine bij de geboorte van hun zoon Moene op 10
februari 2001.
- Op 20 december werd Marieke
Peremans, adjunct-bibliothecaris van de faculteitsbibliotheek
Letteren gevierd naar aanleiding van haar pensionering.
BIB-journaal wenst haar nog vele gelukkige jaren toe!
*
-
Veerle Kerstens, die op 1 januari in
dienst trad bij LIBIS-Net, is vanaf 1 maart aangesteld als
halftijds coördinator van het VOWB, in opvolging van Katrien
Bergé. An Vanderbeeken, de administratief medewerkster van het
VOWB-secretariaat, heeft de K.U.Leuven op 1 maart geruild voor het
LUC; ze blijft echter nog deeltijds werken voor het VOWB tot 30
april.
|
Elektronische tijdschriften, een stand van zaken
Sedert het vorige bericht over het aanbod van
elektronische tijdschriften binnen de K.U.Leuven (BIB-journaal nr. 23) werd
een en ander grondig gewijzigd.
Een eerste start werd gegeven in de zomer van 2000 door de alfabetische
lijst van de Biomedische bibliotheek. Andere lijsten volgden, o.a. een
alfabetische lijst op UB-niveau die tracht zo exhaustief mogelijk te zijn
voor het bestand van de gehele K.U.Leuven.
Tweede helft 2000
De situatie tot en met december 2000 zag er
als volgt uit:
Op de UB-webpagina E-tijdschriften worden
links aangeboden naar volgende lijsten:
- Alfabetische lijst tijdschriften
K.U.Leuven
Dit is de lijst van tijdschriften waarvan
fulltext elektronisch wordt aangeboden door de uitgever gratis bovenop het
lopende papieren abonnement. Dit aanbod geldt veelal enkel indien het een
institutioneel abonnement betreft. Fulltext is meestal beschikbaar vanaf
ongeveer 1996.
Hiernaast werden alle tijdschriften ingevoerd die in fulltext voorkomen in
het pakket Academic Search Elite (van EBSCO) aangekocht door de
universiteitsbibliotheek. Dit pakket bevat fulltext van 1 250
tijdschriften waarvan de K.U.Leuven in de meeste gevallen geen papieren
tegenhanger in haar bezit heeft. De meeste tijdschriften worden in
fulltext aangeboden vanaf jaargang 1990.
Tenslotte bevat deze lijst ook nog een aantal links naar tijdschriften
(van wetenschappelijk niveau) die enkel elektronisch bestaan en gratis via
het internet verspreid worden.
Het onderhoud van de lijst gebeurt door mijzelf met de gewaardeerde hulp
van de tijdschriftmedewerkers van de verschillende deelbibliotheken en met
technische bijstand van Jille Floridor.
De toevoeging van een zoekscherm waardoor binnen het bestand op (een
gedeelte van) de titel van het tijdschrift kan gezocht worden, betekende
een handige hulp voor vele gebruikers. Met zo'n 8 000 hits per
maand is het zowat de populairste site binnen het BibWeb.
- Alfabetische lijst Biomedische bibliotheek
Deze lijst bevat naast de gratis verkregen
toegangen op basis van lopende papieren abonnementen relevant voor de
Biomedische bibliotheek, ook tijdschriften binnen deze wetenschappen die
gedurende een beperkte periode (1 à 3 maanden) gratis ter beschikking
worden gesteld.
- Belgische juridische tijdschriften
De lijst wordt onderhouden door de
Rechtsbibliotheek en bevat een volledig overzicht van alle Belgische
juridische tijdschriften met een website. De lijst vermeldt ook
tijdschriften die enkel inhoudstafels of abstracts aanbieden.
Overzicht van een tiental zuiver
elektronische tijdschriften die gratis via het internet verspreid worden.
Deze zullen in de centrale alfabetische lijst worden overgenomen.
Een selectie uit de centrale alfabetische
lijst van tijdschriften, relevant voor sociale wetenschappen.
2001
Vanaf januari 2001 werd door toevoegingen
vanwege het Elektron-consortium dit hele aanbod grondig hertekend. Zoals
boven aangegeven, was het aanbod tot dan toe vooral gericht op lopende
papieren abonnementen waarvan een elektronisch equivalent ter beschikking
werd gesteld. Binnen het Elektron-project
werd echter beslist tot de aankoop van de volledige elektronische collectie
van volgende uitgevers :
Hierbovenop werd ook nog besloten het packet
Business Source Elite (van EBSCO) aan te kopen. Deze databank bevat fulltext
van ca. 1 050 (vooral economische) tijdschriften. Ook hier geldt de
vaststelling dat er voor het grootste gedeelte van de titels geen papieren
equivalent aanwezig is binnen de UB.
Al deze titels worden aan de volledige alfabetische lijst van e-journals
toegevoegd.
Toekomst
Na deze grote uitbreiding van het aanbod moet
in de nabije toekomst zoveel mogelijk een koppeling aan ons bezit voorzien
worden vanuit de bibliografische databanken. LibriVision biedt hiertoe reeds
een aantal mogelijkheden.
De toevoeging van Silverlinker op de ERL-server zal het mogelijk maken
rechtstreeks vanuit de databanken op deze server door te klikken naar
beschikbare fulltext.
Ook vanuit het nieuwe pakket PiCarta is een koppeling voorzien naar
beschikbare artikels in Academic Search Elite.
Hilde van
Kiel
De toekomst van onze krantencollecties
Op 12 en 13 maart 2001 organiseerden Trinity
College (Cambridge) en de University of London een tweedaags congres met als
thema Do we want to keep our newspapers? De rechtstreekse aanleiding
was de grote opschudding die de British Library in de academische wereld,
zowel in het Verenigd Koninkrijk als in de Verenigde Staten, heeft
veroorzaakt door haar beslissing om een belangrijk deel van haar
internationaal vermaarde krantencollecties af te stoten, met name alle
buitenlandse kranten van na 1850. De grootste krantenbibliotheek ter wereld
kampt namelijk sinds een aantal jaren met een nijpend plaatsgebrek en een
ontoereikende financiering.
De
eerste afvoerplannen dateerden reeds van 1992, maar de zaak begon pas goed
te rollen vanaf 1997. Toen vorig jaar duidelijk werd dat bijna 10 % van haar
verzameling, zo'n 60 000 volumes, de Britse eilanden zouden verlaten
of dat reeds in alle stilte hadden gedaan, brak de storm los. Hoe is het
mogelijk, zo riepen academici, schrijvers en journalisten in koor, dat nu
net een gereputeerd instituut als de British Library het plots nodig vindt
om de vandaal te gaan uithangen, en om een deel van het nationale
patrimonium te verkwanselen. De BL weerde zich als een duivel in een
wijwatervat: het water stond hen aan de lippen, en dit was de enig mogelijke
uitweg. Bovendien, zo voegden ze eraan toe, was de verzuring van het papier
toch niet tegen te houden, en was microverfilmen en het papier afstoten de
enige redelijke oplossing. Deze argumenten hielpen hun zaak niet echt, want
de tegenstanders begonnen daarop te fulmineren over de gebrekkige kwaliteit
van al te veel microfilms, en de dikwijls falende kwaliteitscontrole net na
het microverfilmen, met als gevolg: ontbrekende pagina's en soms zelfs
volledige volumes die over het hoofd werden gezien. En dat het papier zo
verzuurd was dat consultatie onmogelijk werd, dat was volgens hen een
karikatuur van de werkelijkheid.
Intussen heeft de BL buitenlandse kranten die
elders in de wereld geen onderdak hadden gevonden in alle stilte verkocht
aan commerciële firma's, die de banden met stanley-messen versnijden om
historische voorpagina's, beroemde stripverhalen en aantrekkelijke
advertenties (Coca Cola b.v.) afzonderlijk voor veel geld te verpatsen aan
verzamelaars. Het gaat onder meer over enkele unieke 19de eeuwse Amerikaanse
kranten, waarvan nu nergens meer een volledige set te vinden is, omdat de
Amerikanen zelf al sinds tientallen jaren microverfilmen en dan het papier
vrolijk weggooien. De BL kondigde ook aan dat titels waarvoor geen koper
gevonden werd gewoon naar de papiermolen zouden gaan. Toen men dit allemaal
vernam, sloegen de stoppen pas goed door. De confrontaties tijdens dit
congres waren dan ook bij momenten keihard. Men kan moeilijk van een
verzoening spreken: beide partijen blijven in de loopgraven zitten.
Wat heeft dit alles met Leuven te maken?
Ten eerste. De Universiteitsbibliotheek heeft
zo'n twee jaar geleden 19 verschillende krantentitels (11 Franse, 2
Spaanse, 2 Duitse, 3 Oostenrijkse en 1 Italiaanse) opgehaald in Londen. We
hebben daarmee voor de spreekwoordelijke appel en een ei een goudmijn aan
informatie binnengehaald, waarvan de financiële waarde trouwens in de
miljoenen loopt. Een aantal gaten in onze collecties werd daarmee enigszins
gedicht, en de onderzoekers kunnen aan de slag.
Ten tweede. De Universiteitsbibliotheek kon
reeds bogen op een vrij behoorlijke collectie kranten, en deze wordt sinds
vorig jaar door het personeel van BKOP stap voor stap en titel per titel, in
functie van beschikbare tijd en financiële middelen, geëvalueerd: het
bindwerk, de staat van het papier, en de frequentie van de consultaties
worden ingeschat. Zo werden de omvangrijke en druk gebruikte collecties van
De Standaard reeds herschikt: er zijn nu twee collecties, een voor gebruik
en een (niet-consulteerbare) reserveset. Men overweegt trouwens op dit
ogenblik ook de aanschaf van microfilms van kranten die erg veel worden
gebruikt, om zo de slijtage te beperken en de levensduur van de papieren
edities te verhogen. Later op het jaar brengen we u trouwens op de hoogte
van de vorderingen van deze operatie.
De problematiek wat conservatie van en
toegang tot de krantencollecties betreft - zoals die ook in Londen ter
sprake kwam - is dus niet te onderschatten. Vooral omdat sinds de jaren
zeventig het aantal lezers van kranten, en dan vooral van de oudere edities,
spectaculair gestegen is. Waar historici vroeger al eens de neus ophaalden
voor het fenomeen krant, kunnen we nu spreken van een hele
mentaliteitswijziging. Kranten zijn immers 'history in the making',
zoals voormalig hoofdredacteur van The Times, Lord William Rees-Mogg,
tijdens het congres fijntjes opmerkte.
En tot slot: De heisa in de Britse en de
Amerikaanse academische wereld bewijst dat we niet voorzichtig genoeg kunnen
zijn met het bewaren en ontsluiten van papieren krantencollecties, en dat
een partijtje paniekvoetbal spelen, zoals de BL dat heeft gedaan, de
reputatie van een instelling grondig kan schaden.
Jan van
Impe
P.S.: Een volledige lijst van de kranten die de
Universiteitsbibliotheek verwierf van de British Library vindt u in: Ex
Officina: Nieuwsbrief v/d vrienden van de Universiteitsbibliotheek,
sept. 1999, p. 6.
De Amerikaanse schrijver Nicholson Baker bond de kat de bel aan in zijn
artikel Deadline, gepubliceerd in de New Yorker, 24 juli 2000, p.
42-61. Er verscheen ook een verslag van het congres in Londen in The
Times, vrijdag 16 maart 2001, katern 2, p. 25.
Academische
bibliografie
Op 20 februari 2001 ging in de Centrale
bibliotheek het Amicus-project academische bibliografie van start. Dit
project is ontstaan uit de samenwerking van Dienst Onderzoekscoördinatie
(DOC) en de Universiteitsbibliotheek/LIBIS. Het verzamelen van de gegevens
in verband met de publicaties van alle K.U.Leuven-personeel is voor de DOC
van vitaal belang om een beeld te krijgen van de wetenschappelijke productie
in de verschillende geledingen van de universiteit. Een databank met deze
gegevens is een onmisbaar meetinstrument voor de beoordeling van het
wetenschappelijk onderzoek. De eerste stap naar een dergelijke centrale
databank werd gezet in 1997. Toen werd afgesproken dat alle faculteiten hun
gegevens aan DOC zouden aanleveren via ProCite of Reference Manager. Elke
beschrijving wordt voorzien van een code, zodat duidelijk is over welke
soort publicatie het gaat (artikel in een internationaal tijdschrift, editor
van een boek, enz.). Bij de auteurs wordt steeds een kostenplaats vermeld,
zodat ook diens onderzoekseenheid bekend is. Zo kan nauwkeurig gemeten
worden hoe belangrijk de wetenschappelijke output is van een bepaalde
onderzoekseenheid. De hele operatie staat of valt echter met het correct
invoeren van de bibliografische gegevens. Omdat hiervoor enige vakkennis
nodig is en omdat het overgrote deel van de academische publicaties
beschikbaar is in de bibliotheek, werd gaandeweg duidelijk dat het invoeren
van de gegevens voor de academische bibliografie het best in handen werd
gegeven van het bibliotheekpersoneel.
Voor de universiteitsbibliotheek, waar, zoals
bekend, de overgang wordt voorbereid naar AMICUS, betekent de academische
bibliografie een uitstekende gelegenheid om van start te gaan met het
catalogiseren in deze nieuwe omgeving. Binnen AMICUS vormt de academische
bibliografie nu een afzonderlijke databank waar vanaf dit jaar de
faculteiten hun gegevens rechtstreeks laten invoeren. De dienst Catalografie
van de Centrale bibliotheek heeft in de voorbije maanden heel wat werk
verzet om dit mogelijk te maken. Onder leiding van Gaston Peeters werd de
module catalografie eerst uitvoerig getest, Rita Vanzavelberg verzorgde een
keurige handleiding voor de invoer en momenteel wordt de opleiding van de
catalografen afgerond. Het project wordt vanuit LIBIS-Net begeleid door Bart
Peeters en Pieter De Veuster. De gegevens van 1998 en 1999 werden vanuit
Reference Manager geconverteerd naar AMICUS en ondergebracht in een
afzonderlijke databank. Deze databank is inmiddels toegankelijk gemaakt via
LibriVision. De verzameling van de gegevens voor de publicaties van 2000 is
nu aan de gang in alle faculteiten. De deelbibliotheken en de
campusbibliotheek zijn intussen ook van start gegaan met de concrete invoer
van deze gegevens in AMICUS.
Het is duidelijk dat met de start van dit
project een nieuwe stap gezet wordt in de richting van een kwalitatief
hoogstaande en betrouwbare databank van academische publicaties die een
belangrijke troef kan zijn voor onze universiteit die zich ondermeer inzake
wetenschappelijk onderzoek competitief wil opstellen.
Dirk Aerts
AMICUS: een stand van zaken
Eind 1997 werd bij LIBIS-Net de eerste versie
geïnstalleerd van AMICUS, het bibliotheeksysteem dat binnen de K.U.Leuven
de opvolger moet worden van DOBIS/LIBIS. Vandaag is alleen de module
catalografie gedeeltelijk operationeel, meer bepaald binnen het project
academische bibliografie.
Ondertussen is door ELiAS echter ononderbroken verder gewerkt aan de
uitbreiding van AMICUS (dat oorspronkelijk enkel de modules catalogisering
en zoeken bevatte) met een acquisitie-, een circulatie- en een
periodikenmodule, en aan de aanpassing van het bibliotheeksysteem aan de
specifieke noden van de universiteitsbibliotheek van de K.U.Leuven.
Om te onderzoeken hoe de data van het ene systeem naar het andere kunnen
worden overgebracht, werd verleden jaar een uitgebreide conversietest
uitgevoerd op ongeveer 350 000 geselecteerde documenten (UB en KADOC).
De kwaliteit van deze conversie was bevredigend maar bood nog geen
voldoening op alle vlakken. Begin januari 2001 leverde ELiAS dan versie 3.3
van het programma. Deze levering vormde een belangrijke stap voorwaarts in
de overgang van DOBIS/LIBIS naar AMICUS. Er werd nu een nieuw staal
geconverteerd, dubbel zo groot als het voorgaande, waarop testgroepen
vandaag nieuwe kwaliteitstesten uitvoeren. De bedoeling is dat ELiAS begin
mei beschikt over de resultaten hiervan en daarna kan beginnen met de nodige
bijsturingen. Een definitieve planning van de volledige conversie en de
uiteindelijke productie hangt echter ook af van de levering in april van het
definitieve datamodel door ELiAS. Nadien volgt dan nog de levering van
versie 3.4. Als blijkt dat deze timing kan aangehouden worden, mag de
ingebruikname van de eerste modules door de UB en KADOC verwacht worden
tegen het jaareinde. Dit betekent ook dat begin volgend academiejaar kan
gestart worden met de noodzakelijke opleiding en dat het afscheid van
DOBIS/LIBIS heel concreet zal worden.
Alberic
Regent
Windows Based Terminals in de Centrale bibliotheek
 Het
was alweer van medio 1997 geleden dat de vorige multifunctionele pc's in de
publieke cataloguszaal geplaatst werden (zie BIB-journaal
nr. 18). Voor de gebruikers was het toen een hele stap vooruit. Het werd
immers mogelijk om op hetzelfde apparaat de LIBIS-catalogus, de databanken
en het internet te consulteren. Nu vier jaar later moesten we vaststellen
dat ze niet meer beantwoordden aan de eisen die van een moderne pc mogen
gesteld worden en werden ze vervangen door splinternieuwe toestellen. Hoewel
er voor de gebruikers, behalve de snelheid en het uitzicht, niet veel te
merken is, is het dit keer achter de schermen dat zich een ware revolutie
voordoet. Voor het eerst immers worden er aan de K.U.Leuven Windows Based
Terminals geplaatst. Het zijn in feite 'doosjes zonder inhoud' (geen harde
schijf, processor of geheugen) die technisch net voldoende aan boord hebben
om een netwerkconnectie te maken naar een server. Alle applicaties en
schermen worden dan via deze server over het netwerk aangeboden. Hiernaast
ziet u het menu met de vijf toepassingen waaruit de gebruikers kunnen
kiezen.
Bart
Lemmens
Nieuw op het Bibweb
- In vorig nummer van BIB-journaal beloofden
we u de komst van speciaal voor de bibliotheekmedewerkers bestemde
info-pagina's op het web. Deze werden intussen uitgebouwd tot een heus
intranet. Dit impliceert dat alleen personeelsleden van de K.U.Leuven er
toegang toe krijgen mits het invoeren van een user-id (uw
personeelsnummer) en een paswoord. Wie nog niet over deze
identificatiegegevens beschikt kan ze makkelijk opvragen via de
LDAP-databank (Klik in de UB-website op Zoeken in de blauwe balk,
vervolgens op [personeel], voer uw eigen naam in, klik op zoek persoon,
en klik tenslotte op het onderlijnde dubbelpunt vóór uw naam).
De structuur van deze interne
pagina's ziet eruit als volgt:
- Toelichting bij de interne pagina's
- Basisstructuur van de UB
- Raden en beleidsorganen
- Werkgroepen (BibWeb, Culturele communicatie, LibriVision)
- Projecten
- Personeelsnieuws
- Bib-journaal
- Mailing lists(Gebruik van mailing lists aan de UB)
We willen er echter op wijzen dat niet
iedereen alle verslagen van de onderscheiden raden en beleidsorganen kan
consulteren. Wie wat kan inzien, leest u best op de toelichtingspagina.
- Ook de BTAB-pagina's werden grondig
herzien, bijgewerkt en voorzien van een Engels
equivalent
Raf
van der Donckt
De Centrale Bibliotheek in de steigers (2)
Sinds ons vorige bericht in BIB-journaal
(oktober 1999) zijn ongeveer 200 van de 300 voorziene werkdagen verstreken.
We blikken even terug op de reeds uitgevoerde
werken:
- De daken aan de achterkant (Ravenstraat),
van de zuidelijke binnenkoer en van de vleugel aan de
Blijde-Inkomststraat zijn reeds vernieuwd en afgewerkt.
- De gevels van de zuidelijke binnenkoer
zijn gereinigd en opnieuw opgevoegd waar nodig. Het aspect is verrassend
en geeft ons reeds een idee van het eindresultaat als de buitengevels en
de voorgevel (tijdens de tweede fase) afgewerkt zullen zijn. Vooral de
opfrisbeurt van de voorgevel zal niet onopgemerkt blijven omdat de
oorspronkelijk vergulde ornamenten en inscripties van een nieuw laagje
bladgoud voorzien worden.
- In de zuidelijke binnenkoer zijn nieuwe
koperen regenafvoerbuizen geplaatst. Ze nemen de taak over van de
oorspronkelijke gietijzeren pijpen die in de muren zijn ingebouwd en in
het verleden reeds voor heel wat problemen zorgden.
Ook
aan het torentje (kant Blijde-Inkomststraat) zijn de restauratiewerken
aangevat. De windwijzer met leeuw en zeepaardjes wordt opnieuw
gereconstrueerd door kunstsmid Dirk Vanderloef uit Melle: het geheel
pivoteert op een inox-stang van ca. zeven meter. De figuren en letters
worden met bladgoud bekleed. (Klein detail: voor de vervanging van de
letters die de windstreken aangeven werd ditmaal gekozen voor een
Nederlandstalige versie .). De
houten constructie (de zgn. ajuin) die bovengenoemde stang
omsluit werd in november vorig jaar van de leien ontdaan en voor verder
nazicht weggetakeld. Daaruit bleek dat een volledige vervanging van het
houtwerk noodzakelijk was. De nieuwe ajuin werd vakkundig
vervaardigd door twee trotse schrijnwerkers van de Technische Diensten
van de K.U.Leuven en is intussen reeds ter plekke gemonteerd. Het
terugplaatsen van de gerestaureerde windwijzer is voorzien medio maart.
- Op 12 februari zijn de reinigingswerken
van de gevels aan de noordelijke binnenkoer en aan de 80 meter hoge
toren aangevat.
Tot slot volgende anekdote: na het
verwijderen van de klimopbegroeiing op de muren van de zuidelijke binnenkoer
trok een plek met een afwijkend stuk voegwerk onze aandacht. Vermoedelijk
heeft de aannemer, vooraleer aan het opvoegen te beginnen, een aantal testen
uitgevoerd waaronder uiteindelijk een type gekozen werd. Deze voegtesten
werden door een deskundige onderzocht die een zestal varianten
onderscheidde: platvol, verdiept, gesneden, geknipt, opliggend en
geklopt. Een geheimpje dat het gebouw pas na zeventig jaar heeft
prijsgegeven.
Staf
Kamers
GROTE boekenverkoop
Voor
alle mededelingen en suggesties betreffende
BIB-journaal
kan u terecht bij de
hoofdredacteur Dirk
Aerts, bibliothecaris FBIB, tel + 32 16 32 63
19,
of: Werner Jonckheere, Jan van Impe, redactieleden & Raf van der
Donckt (eindredactie) |
|