| BIB-journaal | nr. 18 - september 1997 |
| Informatieblad voor het bibliotheekpersoneel van de K.U.Leuven | ||||
Deskundige bijstand Begin juli werd te Bern het jaarlijkse congres gehouden van LIBER, de Europese Liga van Onderzoeksbibliotheken, onder het motto The teaching library. Dit jaarthema werd dan ook in de meest ruime betekenis opgevat: de bibliotheek als onderwijsinstrument (en de gevolgen voor de collectievorming), hoe men de lezers de bibliotheek moet leren gebruiken, enz... Een bijzonder sterke nadruk werd echter gelegd op de taak van de hedendaagse bibliothecaris om zijn bibliotheekgebruikers de weg te helpen vinden in de complexe elektronische informatiewereld: teaching access. De tijd is inderdaad lang voorbij dat van een bibliothecaris enkel
verwacht werd dat hij de boeken goed verzorgt, de uitleningen noteert en eventueel de
boeten int. In een openbare bibliotheek verwacht Jan Modaal dat het bibliotheekpersoneel
hem goede raad kan geven bij de selectie van een spannend boek of een boeiend verhaal. Je
zou kunnen verwachten dat het in een traditionele universiteitsbibliotheek wat anders
loopt, waar je te doen hebt met professoren en onderzoekers van wie mag verwacht worden
dat ze hun eigen weg weten te vinden in de gespecialiseerde literatuur. Dit is slechts
gedeeltelijk correct: niet alleen zijn er de studenten die moeten op weg geholpen worden
in de vele bibliografische hulpmiddelen, maar het blijkt dat ook de meer gevorderde
onderzoekers regelmatig goede hulp kunnen gebruiken van de bibliotheekspecialisten. In de
grote bibliotheken zijn hiervoor bibliografen aanwezig. Lopen we nu echter niet het gevaar deze taak te verliezen met de opkomst van de moderne elektronische media? De moderne PC was reeds lang doorgebroken op de kantoren van de onderzoekers en op de secretariaten, toen onze bibliotheken nog steeds worstelden met de LIBIS-terminal als meest gesofisticeerd instrument. Gelukkig is er vooruitgang: e-mail en internet zijn thans ook in onze bibliotheken stilaan ingeburgerd; toch blijft het meestal een achternahinken van datgene wat de onderzoeker reeds op zijn kantoor ter beschikking heeft. Het behoort inderdaad ook niet tot de intrinsieke taken van een bibliothecaris om deze moderne technieken aan zijn gebruikers aan te leren (evenmin als hij verondersteld wordt de studenten te leren lezen). Het behoort wel tot de taken van de bibliothecaris om zijn gebruikers via deze moderne media op de meest vlotte manier de weg te helpen vinden naar gezochte wetenschappelijke informatie. (En het spreekt vanzelf dat hiervoor een goede vertrouwdheid met de technieken van het internet een noodzakelijke voorwaarde betekent!) Heel wat interessante informatie kan thans nog gratis op het internet gevonden worden; in elk vakgebied zou de bibliothecaris de juiste toegangspunten ervoor moeten helpen opsporen, en ze eventueel via speciale CWIS-paginas ter beschikking stellen. Meer en meer zal de nuttige informatie echter uitsluitend tegen betaling verkrijgbaar zijn. Ook vroeger kon de individuele onderzoeker alle gedrukte informatie kopen in de boek- of tijdschriftenhandel; de bibliotheek werkte als tussenpersoon voor selectie, aankoop, opslag en terbeschikkingstelling waarmee de mogelijkheden van een individuele lezer veelvoudig werden verruimd. In het elektronische tijdperk zal het wellicht op dezelfde manier blijven lopen: de bibliotheken (individueel of in consortia) kopen voor hun gebruikers het gezamenlijke toegangsrecht af tot de digitale informatie. Daarbij is het onbelangrijk (en voor de gebruiker meestal ook niet merkbaar) of deze informatie lokaal is opgeslagen in databanken of op cd-rom, dan wel of zij via het internet wordt afgehaald van een verafgelegen server. Het feit dat deze informatie direct op de werkplaats van de onderzoeker beschikbaar komt, ontslaat de bibliothecaris nog niet van zijn bijstandsplicht. Het is en blijft een verantwoordelijkheid van de bibliotheek (en dus van de bibliothecaris) om ervoor te zorgen dat de gebruikers weten wat beschikbaar is, hoe ze het op de meest vlotte manier kunnen bereiken en hoe ze de bekomen informatie op de meest handige manier kunnen aanwenden voor hun onderzoek. In de komende jaren kan een snelle evolutie in de richting van
elektronische tijdschriften verwacht worden. Het VOWB (Vlaams Overlegorgaan inzake
Wetenschappelijk Bibliotheekwerk) is hier met zijn Elektron-project ten volle mee bezig.
We zullen trachten u tijdig op de hoogte te houden van de nieuwe mogelijkheden, zodra deze
beschikbaar komen. Nu reeds zijn er een aantal elektronische bronnen centraal ter
beschikking van onze bibliotheekgebruikers: diverse databanken op cd-rom, de Current
Contents, een aantal databanken van PICA en sinds kort ook PCI, de Periodicals
Content Index. |
De beslissing van de Bibliotheekraad (14 januari 1997) om het inschrijvingsgeld voor niet-K.U.Leuvengebruikers bij het begin van het nieuwe academiejaar van 250 op 500 frank te brengen, wordt voorlopig beperkt tot externe gebruikers die geen student zijn. Voor niet-K.U.Leuvenstudenten blijft het dus vooralsnog bij 250 frank.
Roger Tavernier vijfenzestig
Op vrijdag 24 juni werd Roger Tavernier gevierd, hij was enkele dagen tevoren 65 geworden. Op de receptie, door talrijke vrienden en collegas bijgewoond, werd hem in een aantal toespraken hulde gebracht om zijn inzet en verdiensten tijdens de voorbije jaren.
Hij begon zijn loopbaan bij de voorlichtingsdienst van de Belgische Strijdkrachten in Duitsland. Na studies in de politieke en sociale wetenschappen aan de K.U.Leuven, werd hij in 1969 tewerkgesteld aan onze universiteit: eerst bij de dienst Pers en Voorlichting, en vanaf 1972 als bibliograaf in de Centrale bibliotheek. Zijn bijzonder brede belangstelling, belezenheid en leergierigheid kwamen hier volop tot ontwikkeling, en vele generaties studenten en onderzoekers hadden er baat bij. Als erudiet boekenliefhebber geraakte hij als geen ander vertrouwd met de collecties van de Centrale bibliotheek.
In een tijd dat de Centrale bibliotheek nog als bibliotheekcentrale fungeerde en alle aankopen voor de deelbibliotheken eerst langs het Ladeuzeplein passeerden, heeft Roger ongetwijfeld letterlijk elk boek in handen gehad en menig ervan doorgenomen. Verantwoordelijk voor een groot deel van de leeszaalcollectie, heeft hij na het vertrek van de UCL in 1979 onmiskenbaar zijn stempel op het referentie-apparaat gedrukt. Dat de verzameling biografieën is uitgegroeid tot een onmisbaar instrument voor studenten en academici, is vast grotendeels aan hem te danken. Dat de collectie atlassen zo omvangrijk is, dat er boeken staan over verre bloemen en vreemde vlinders, dat men er zelfs terecht kan om vliegtuigmodellen te identificeren, daar zijn Rogers stokpaardjes niet vreemd aan.
De hoofdbibliothecaris besloot met de hoop dat deze bundel, bedoeld als een lofbetuiging voor zijn auteur, tegelijkertijd ook een uitdaging mag zijn om verder te gaan. De plotse weelde van veel vrije tijd betekent immers ook de mogelijkheid om de ervaringen van vijfentwintig jaar bibliograafschap op een creatieve wijze neer te gieten in een vloed van nieuwe publicaties.
Het lijkt weinig waarschijnlijk dat de wettelijke verplichting om zijn tewerkstelling in de Centrale bibliotheek te beëindigen Roger weg zal kunnen halen uit de Leuvense bibliotheken.
Vernieuwde bibliotheekpaginas op het CWIS
Het biblioteekwezen wil binnen het kader van het Campus Wide
Information System (CWIS) van de K.U.Leuven een eigen plaats innemen. De
bibliothecarissen vervullen immers een bemiddelaarsrol tussen de studenten en
wetenschappers enerzijds en het ruime aanbod aan informatie anderzijds.
Bij de opening van het academiejaar verschijnen de bibliotheekpaginas in een nieuwe
lay-out, zodat ze als geheel herkenbaar zijn. Een werkgroep van bibliothecarissen in
samenwerking met de netwerkverantwoordelijken van de Centrale bibliotheek hebben een
gelijkvormigheid uitgewerkt zowel naar de vorm als naar de inhoud. Er werd een uniforme
frameset ontwikkeld, en inhoudelijk een aantal vaste rubrieken geselecteerd
waarbij zowel praktische als bibliografische informatie aan bod komt. Rekening houdend met
de eigenheid van de verschillende doelgroepen - in de Humane wetenschappen b.v.
verschillend van deze in de Exacte en Biomedische wetenschappen - blijft er toch voldoende
flexibiliteit over voor de bibliothecaris om de aangeboden informatie af te stemmen op het
eigen publiek.
Er wordt van uitgegaan dat de meest algemene informatie aangeboden wordt op het meest
algemene niveau. Concreet: onder Universiteitsbiblioteek vindt men b.v. de
algemene toegangsvoorwaarden, openingstijden, IBL. Vanuit deelbibliotheken
wordt dan gelinkt naar deze algemene informatie zonder ze te herhalen.
LIBIS blijft van een voorkeurspositie genieten en kan vanuit het vaste frame steeds
opgeroepen worden. Ook het schakelen tussen de verschillende deelbibliotheken is op deze
manier altijd mogelijk.
Voor de bibliografische informatie werd in een aantal bibliotheken de dialoog aangegaan
met de docenten heuristiek of encyclopedie van het vak, wat het geheel zowel voor
bibliothecaris als student alleen maar aantrekkelijker maakt.
Maar... het CWIS stoelt op internettechnologie en internet is een never ending
story. Het volstaat niet de informatie eenmaal op het WEB te plaatsen, ze moet
voortdurend in de gaten gehouden worden op actualiteit en accuraatheid. Daarom doen we
langs deze weg een oproep aan alle bibliothecarissen om voor dit aspect een niet aflatende
aandacht te koesteren en alle informatiewijzigingen door te geven. Dit kan rechtstreeks
aan de pagina-verantwoordelijke of via de campusbibliothecaris.
Nieuwe multifunctionele pc's in de Centrale bibliotheek
Op het einde van het vorige academiejaar (1996-1997) werden in de
Centrale bibliotheek in totaal negen multifunctionele pc's geïnstalleerd.
In de bibliografiezaal (BCLZ), waar tot voor kort alleen een Libis-terminal ter
beschikking stond, vindt de lezer nu drie multifunctionele pc's. Hij/zij kan er de
klassieke batterij cd-rom's on line consulteren, LIBIS raadplegen en op het internet
surfen. De lezer kan bovendien afdrukken maken (de printer bevindt zich in de
cataloguszaal) en/of gegevens opslaan op een meegebrachte diskette. De diskette kan
geformatteerd worden, en indien gewenst op virussen gecontroleerd.
Lezers die bibliografische informatie zoeken, krijgen vanzelfsprekend absolute voorrang.
e-mail en chatten zijn niet toegelaten. Er werd ook een beperkt aantal
internet-gidsen en handleidingen aangekocht, die de lezer op weg moeten helpen. Deze
piepkleine handbibliotheek zal in de loop van het academiejaar aangevuld worden in functie
van de specifieke behoeften van de lezers. Naast deze pc's ligt een reservatielijst die
voor elke consultatie moet ingevuld worden. Tijdens drukke periodes blijft de toegang
beperkt tot 30 minuten per lezer. Bedoeling is tot een gezonde interactie te komen tussen
de aanwezige gedrukte informatie (o.a. bibliotheekcatalogi en nationale bibliografieën,
maar ook een zeer uitgebreide collectie biografisch materiaal) en de elektronische
informatie (internet, cd-rom's).
In de cataloguszaal werden zes multifunctionele pc's opgesteld, met een identiek
aanbod aan elektronische informatie. Een printer-server en een printer coördineren alle
drukopdrachten. De afdrukken worden betaald via de gebruikelijke fotokopieerkaart. Ook
hier krijgt bibliografisch zoeken absolute voorrang, en is e-mailen, noch
chatten toegestaan. De consultatie blijft op drukke momenten beperkt tot 30
minuten per lezer.
In de leeszaal overheidspublicaties (BKOP) vinden de lezers de stand
alone cd-rom's opgesteld, met in hoofdzaak full text kranten- en
tijdschriftarchieven. Een multifunctionele pc biedt eveneens toegang tot het internet,
LIBIS en de on line cd-rom's. Lezers dienen op voorhand een plaats te reserveren, en
kunnen maximum een uur opzoekingen verrichten.
Uitbreiding Oost-Aziatische bibliotheek
Niet zonder enige fierheid kan de Oost-Aziatische bibliotheek melden dat
er tijdens de kalme zomerdagen een derde verdieping, onder het dak van de Centrale
bibliotheek, ingebruik werd genomen.
Het zal niemand verbazen dat reeds sinds de verhuizing van de collectie van het
China-Europa Instituut naar de Centrale bibliotheek en na de restauratiewerken die in
november 1996 werden afgerond, de nieuwe ruimtes onvoldoende plaats bleken te bieden.
Daarom werden toen voorlopig een vijfhonderdtal kisten in diverse gangen opgestapeld. Deze
kisten werden nu eindelijk leeggehaald en de werken in de rekken geplaatst. Een gedeelte
van deze collectie was immers reeds gecatalogiseerd. Verder gaat het veelal over nog
onverwerkte boeken en tijdschriften. Onderzoekers hebben nu wel de mogelijkheid om langs
de rekken te lopen en te kijken welke werken hen interesseren. Voorlopig kan de collectie
echter nog niet voor het grote publiek worden opengesteld omdat de nodige veranderingen op
de zolderverdieping nog niet werden uitgevoerd. Maar alles is nu wel bereikbaar via de
boekenlift. Tenslotte is het niet onbelangrijk te vermelden dat de gangen nu volledig vrij
zijn voor de berging van een gedeelte van het archief.
De Oost-Aziatische bibliotheek wil allen die tijdens de warme zomerdagen hebben gezwoegd
aan deze grote opruimactie nog eens heel speciaal bedanken, in het bijzonder de
medewerkers van het Universiteitsarchief en van de magazijnen, de schoonmaakploeg en de
gemotiveerde vrijwilligsters.
Wij zijn ervan overtuigd dat deze buitengewone inspanning tot een verbeterde
dienstverlening zal leiden.
Van OPAC naar IPAC (internet Public Access Catalogue)
Sinds begin dit jaar kunnen eindgebruikers de LIBIS
catalogus raadplegen via een webtoegang die door het LIBIS team werd ontwikkeld voor
ELiAS, de firma die eigenaar is van DOBIS/LIBIS.
Op dit ogenblik is er een derde sterk uitgebreide versie van deze webtoegang klaar die een
kleine revolutie betekent voor de werking van de bibliotheken. Met deze nieuwe versie kan
de eindgebruiker immers zelf taken uitvoeren in LIBIS. De eindgebruiker wordt in staat
gesteld om zelf boeken te reserveren, om zelf zijn uitleentermijn te verlengen en om op
elektronische wijze een magazijnaanvraag te plaatsen of een IBL-aanvraag te formuleren.
Dit alles via het web, dus vanuit de bib, kot of thuis. Al wie als lezer in het systeem
geregistreerd is kan deze functies uitvoeren binnen de perken die de bibliothecaris
aangeeft. Laatstgenoemde kan gebruik maken van de circulatiematrixen in LIBIS en een
nieuwe IPAC-code toevoegen op het scherm met de bibliotheekinformatie.
Waarom deze vernieuwing? Voor het bibliotheekpersoneel zijn het repetitieve taken die op
drukke ogenblikken voor overlast zorgen. De gebruiker kan dus zonder wachttijd of
tijdsdruk aan de balie zelf een aantal zaken uitvoeren, ook na sluitingstijd van de
bibliotheek. De bibliothecaris wint tijd om de gebruikers zinvoller bij te staan en moet
alleen nog tussenkomen bij specifieke problemen. We mogen dan ook verwachten dat
dergelijke vorm van (elektronische) samenwerking tussen eindgebruiker en bibliothecaris in
de toekomst nog zal toenemen als de digitalisering van het bibliotheekwerk nieuwe vormen
aanneemt.
Tot slot. De eerste versie van de webtoegang werd geëvalueerd door het Labo voor
ergonomie van onze universiteit. Dit leverde een betere design op van de interface voor
versie drie. De nieuwe webtoegang zal op 29 september ingebruik worden genomen. Vanaf 15
september is het mogelijk om de nieuwe IPAC-code toe te voegen op het scherm met de
bibliotheekinformatie. Alle informatie vindt u in de handleiding die vanaf 11 september
verspreid wordt via de campusbibliothecarissen.
In principe is deze nieuwe versie de laatste vernieuwing van de interface naar DOBIS/LIBIS
toe die in LIBIS-Net in gebruik zal genomen worden. Maar alle reacties en opmerkingen
blijven natuurlijk welkom.
(Jan Braeckman)
Justus Lipsius en Leuven (18 sept. - 17 okt. 1997)
De cultuur van de abdij Sankt Gallen (22 sept. - 25 okt. 1997)
Voor alle mededelingen
en suggesties betreffende BIB-journaal kan je terecht bij de hoofdredacteur: |
| Laatste wijziging: 05 augustus 2003 |
Inhoud: Raf van der Donckt |
Opmaak: Bart Lemmens |