Universiteitsbibliotheek K.U.Leuven   K.U.Leuven
Universiteitsbibliotheek K.U.Leuven   Zoeken in Zoeken in LIBIS-catalogus Zoeken in elektronische bronnen Zoeken in BibWeb K.U.Leuven zoekmatrix

Geschiedenis van de collecties

Handschriften, Oude en Kostbare werken
Archief

Valerius Andreas (1588-1655), eerste bibliothecaris van de universiteit. 
Ets door Jan Baptist Jongelinckx (1689-na 1727).
Prentenkabinet, PA167.De eerste centrale universiteitsbibliotheek in Leuven werd opgericht in 1636 op initiatief van rector Cornelius Jansenius en werd gehuisvest in de middeleeuwse lakenhal, vandaag de Universiteitshal. Haar bibliothecaris was de hebraïst Valerius Andreas. Toen de bibliotheek om uitbreiding vroeg, werden eerst verbouwingswerken uitgevoerd en later een nieuwe vleugel toegevoegd met op de eerste verdieping een fraai versierde pronkzaal (1723-1733). In 1736 bevatte de bibliotheek zo'n 8 000 banden. Onder bibliothecaris Jan Frans van de Velde, van 1772 tot 1797, werd een systematische catalogus opgesteld en verdubbelde het aantal boeken van 20 000 tot 40 000.

Er stonden echter moeilijke tijden voor de deur. Bij de opheffing van de Universiteit door de Franse Republiek in 1797 telde de bibliotheek ongeveer 50 000 banden, maar die werden geconfisceerd en heel wat stukken gingen naar Franse instellingen. Slechts 20 jaar later, bij de oprichting van de Rijksuniversiteit, kreeg de bibliotheek haar oorspronkelijke functie terug. Toen deze in 1835 werd opgeheven, werd de bibliotheek stadseigendom, doch prompt weer overgedragen aan de pas opgerichte Katholieke Universiteit. Van toen af aan kon de bibliotheek weer geleidelijk aan groeien. Ze bevatte naar schatting 60 000 boeken en 300 handschriften in 1850, en een 150 000 banden rond de eeuwwisseling.

De Universiteitshal. 
Prent uit Joannes Baptist Gramaye, Antiquitates illustrissimi ducatus Brabantiae, Brussel, 1610. 
PrentenkabinetIn augustus 1914 werd de stad door de Duitse troepen in brand gestoken. Ook de Universiteitsbibliotheek ging in de vlammen op: een duizendtal handschriften, 800 incunabelen en zo'n 300 000 boeken. Met internationale hulp, vooral uit de Verenigde Staten, werd op het huidige Mgr. Ladeuzeplein een nieuw bibliotheekgebouw opgericht, dat werd ingehuldigd in 1928. Toen reeds waren er ongeveer 750 000 banden aanwezig, waarvan de helft afkomstig uit nationale en internationale schenkingen en de andere helft aangekocht met gelden van de Duitse herstelbetalingen. Bij het uitbreken van de tweede Wereldoorlog herhaalde de geschiedenis zich echter en verloor de bibliotheek in een nieuwe brand bijna haar volledig bezit, 900 000 banden. Ditmaal duurde het tot 1951 eer ze haar functie weer ten volle kon opnemen. Het is de grote verdienste van Mgr. Etienne van Cauwenbergh, bibliothecaris van 1919 tot 1961, de Universiteitsbibliotheek tweemaal opnieuw uit de as te hebben doen herrijzen: aan zijn opvolger liet hij een bibliotheek na met zo'n 1 000 000 werken.

Ten gevolge van de splitsing van de Universiteit werden de jaren 1970-1979 gekenmerkt door de verdeling van de bibliotheekcollecties tussen de K.U.Leuven, de Vlaamse universiteit, en de Université Catholique de Louvain, de Franstalige vleugel die naar Louvain-la-Neuve verhuisde. Boeken met een even plaatsingsnummer kwamen de U.C.L. toe, die met een oneven nummer werden eigendom van de K.U.Leuven. Tijdschriften, reeksen en meerdelige werken droegen een enkel boeknummer en bleven dus samen. De schenkingen werden in hun geheel toegewezen aan een van beide afgesplitste bibliotheken.

Handschriften, Oude en Kostbare werken
De unieke, zij het tragische, geschiedenis van de Leuvense Universiteitsbibliotheek heeft natuurlijk zijn weerslag op de collectie. De brand van 1914 verwoestte alles, ook de catalogus. Van de vernietigde handschriften is alleen een zeer gedeeltelijke lijst overgebleven. Uit de brand van 1940 werden enkele handschriften, meest getijdenboeken, en 10 000 tot 15 000 boeken gered. Er is nog een catalogus van een van de reeksen handschriften (357) en wat los verspreide informatie over enkele andere handschriften. De incunabelen die tusen 1914 en 1940 in het bezit van de bibliotheek waren gekomen, zijn opgenomen in Polain, maar slechts één ervan overleefde de brand.

Achille Marozzo, Opera nova, Modena, ca. 1540.
Tabularium, 4A938; gelegateerd door Archibald H. Corble na W.O.II.Tot de collecties die na de splitsing in 1970 in het oude Leuven zijn gebleven, behoort in de eerste plaats de privé-bibliotheek van wijlen Prof. Henry de Vocht (1879-1962). Zijn studiedomein bestreek enerzijds het brede Humanisme, met een sectie toegespitst op Brabant, anderzijds de geschiedenis van de Engelse literatuur, waarin toch wat zeldzame stukken te vinden zijn. Net na de Tweede Wereldoorlog had ook de Britse olympische kampioen Archibald H. Corble (1883-1944) zijn schitterende verzameling schermboeken aan de bibliotheek overgedragen. De grootste privé-bibliotheek die na de Tweede Wereldoorlog werd verworven, is echter ongetwijfeld die van Henri Omont, de vroegere conservator van de afdeling Handschriften in de Parijse Bibliothèque Nationale. Hij legde zich toe op de zestiende eeuw en op Griekse filologie, maar bezat ook een ongeëvenaarde handbibliotheek rond handschriften en privé-bibliotheken. Aangezien deze verzameling niet geschonken maar aangekocht was, werd ze verdeeld na 1970.

Voor het grootste deel is de afdeling Oude en Kostbare Werken afhankelijk van schenkingen. Dit houdt in dat de collectie samengebracht sinds 1940 tamelijk heterogeen tot lacuneus is, maar ook dat er heel wat onverwachte zaken insteken.

Argumenta singulorum capitum evangelistarum, Antwerpen, Jan van Ghelen, 1533. 
Tabularium, R3A12011. Aangekocht in 1948.De zogenaamde Collectio Academica is het enige domein binnen de oude drukken waarvoor een actieve aankooppolitiek gevoerd wordt. Deze collectie omhelst werken voortgebracht door Leuvense universiteitsprofessoren, evenals werken die op een andere manier met de Universiteit te maken hebben. Justus Lipsius en Erycius Puteanus zijn twee van de best vertegenwoordigde auteurs in deze verzameling; Cornelius Jansenius is op het vlak van de theologie zeker de meest betwiste. Erasmus was, ondanks het Collegium Trilingue dat onder zijn inspiratie ontstond, nooit met de Universiteit verbonden en wordt dus niet systematisch aangekocht. Dat is wel het geval voor de humanisten Nicolaus Clenardus en Juan Luis Vives.

Bij het uitbreiden van de collecties krijgt ook de referentiebibliotheek van het Tabularium hoge prioriteit. De handschriftencatalogi zijn in eerste instantie vaak afkomstig uit de Omont-verzameling, maar sinds 1980 wordt veel aandacht besteed aan hun vervollediging en worden eveneens zoveel mogelijk nieuwe publicaties verworven. Daarnaast werd een hele referentiebibliotheek omtrent de geschiedenis van het boek opgezet, van de gewone bibliografische werken tot een brede waaier werken rond de boekdrukkunst, over grafiek en publiciteit. Dit geheel van referentiewerken wordt maar weinig geëvenaard door enige andere bibliotheek omwille van de unieke combinatie van doelgerichtheid, hoeveelheid beschikbaar materiaal (ongeveer 50 000 banden) en toegankelijkheid.

Archief
Archieven geven meestal maar een onvolledig beeld van het verleden. Dat is in het geval van het Leuvense Universiteitsarchief niet anders. Het archief van de Universiteit vormt geen aaneengesloten geheel en het is zeker niet volledig tot ons gekomen. Daar hebben oorlogen en revoluties en de tand des tijds voor gezorgd.

Bij de opheffing van de Leuvense universiteit in 1797 door de Fransen is het grootste deel van het archief in Brussel aanbeland. Daar berust het nog steeds in het Algemeen Rijksarchief (inventaris H. de Vocht) samen met het archief van de Leuvense Rijksuniversiteit uit de tijd van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (inventaris H. Nelis). In Leuven worden evenwel de oorkonden bewaard die de hoofdmomenten uit de institutionele ontwikkeling van de Universiteit vastleggen. Ook bevinden zich hier belangrijke bescheiden met betrekking tot intellectuele geschiedenis van de Lage Landen.

Studenten vormen natuurlijk de belangrijkste bestaansreden van een universiteit. Over de identiteit van de studenten zijn we alvast minimaal ingelicht. Het inschrijvingsregister, de zogenaamde matrikels met de namen van de studenten werden bijna integraal uitgegeven (E. Reusens & A. Schillings). Op een korte periode na in de tweede helft van de zestiende eeuw, tijdens de crisis na de opstand van de Nederlanden, kunnen we over bijna zes eeuwen de namen van de Leuvense studenten achterhalen.

Het negentiende-eeuwse archief van de Katholieke Universiteit Leuven is zo goed als helemaal verbrand in augustus 1914. Wel is men erin geslaagd het steekkaartenstelsel met de namen van de studenten min of meer te reconstrueren. Het twintigste-eeuwse archief van de K.U.Leuven is in hoofdzaak beperkt tot dat van de rectoren en de centrale administratie. Archieven van faculteiten zijn maar erg fragmentair bewaard. De geschiedenis van de wetenschappen is zwak gedocumenteerd doordat nauwelijks archieven van professoren aan het Universiteitsarchief zijn overgedragen. Over het studentenleven in de negentiende en twintigste eeuw zijn we beter ingelicht dankzij de collectie van het Archief en Museum van het Vlaams Studentenleven, een schenking van een particulier verzamelaar (dr. Mon de Goeyse).

Andere schenkingen zoals Arenberg (het domeinarchief uit het Ancien Régime van het hertogdom Aarschot) of Spoelberch (het archief van de Leuvense brouwersfamilie) of het archief van de omstreden Vlaamse leider Joris van Severen vervolledigen het caleidoscopische beeld dat archieven gemeenlijk van de werkelijkheid geven.
K.U.Leuven - Claim Copyright © Katholieke Universiteit Leuven | reacties op de inhoud: Tabularium
Realisatie: Peter De Marrez | Laatste wijziging: 17-10-2006 | Disclaimer
URL: http://bib.kuleuven.be/bibc/btab/geschiedenis.htm