Universiteitsarchief

Archieven van de Universiteit
Het Universiteitsarchief, met in totaal ruim twee strekkende kilometer archief, fungeert als het geheugen van de Leuvense universiteit. De kern ervan wordt gevormd door het eigenlijke archief van de Universiteit met stukken van de vijftiende eeuw tot vandaag de dag. Het archief van de Oude Universiteit (1425-1797) is niet uitgebreid maar het bevat wel 300 charters. Het grootste deel van het Ancien Régime-archief van de Universiteit berust evenwel in het Algemeen Rijksarchief te Brussel, net zoals het archief van de Rijksuniversiteit Leuven (1817-1835).

Het archief van de Katholieke Universiteit Leuven (sinds 1834) leed zware verliezen in de Eerste Wereldoorlog. De bewaarde documenten van vóór 1914 (hoofdzakelijk rectoraal archief) en de vrij gave archieven uit 1914-1979 berusten voor het overgrote deel bij de K.U.Leuven. Van de weinige stukken die de UCL bewaart, bezit de K.U.Leuven een kopie. De ordening van dit fonds is nog niet ver gevorderd. De belangrijkste onderdelen ervan zijn het archief van de Rectoren (mgr. P. Ladeuze (1909-1940), mgr. H. van Waeyenbergh (1940-1962), mgr. A. Descamps (1962-1968)) en het archief van de Vice-Rectoren.

Andere archieven
Behalve de archiefbescheiden van de Leuvense universiteit beheert het Universiteitsarchief ook tal van andere archieven. De Universiteit is eigenaar of bewaarhouder van het archief van een dertigtal instellingen, met op de eerste plaats een aantal Leuvense kerkarchieven (Sint-Pieterskapittel, Sint-Kwintenskerk, Sint-Michielskerk, Predikherenkerk, Groot Begijnhof).

Daarnaast is er een groeiend aantal particuliere archieven, die meestal door schenking zijn verkregen. Tot de belangrijkste familiearchieven behoren de archieven van de families Van Marselaer, Van Elewyck, Di Martinelli, Spoelberch de Lovenjoul, en Artois. Er zijn ook een aantal archieven van verenigingen die nauw bij de Universiteit aanleunen, zoals het archief van Vlaamse Leergangen of dat van het Aktiekomitee Zuidelijk Afrika (AKZA).

Vele persoonsarchieven zijn afkomstig van gewezen hoogleraren (bvb. José Aerts, Albert Dondeyne, Joris Eeckhout, Henri de Vocht, Pieter Willems). Het meest omvangrijke professorenarchief is dat van Raymond M. Lemaire dat vele plannen en tekeningen bevat van belang voor de architectuurgeschiedenis.

Het fonds particuliere archieven is verrassend veelzijdig en bevat zowel het archief van de modernistische architect Huib Hoste als dat van de omstreden politicus Joris van Severen en dat van de componist Karel Goeyvaerts.

Een aparte plaats neemt het Arenbergarchief in. Het bestaat vooral uit het domeinarchief van het hertogdom Aarschot en is een unieke bron voor de geschiedenis van het Leuvense en het Hageland. Bijzonder kostbaar zijn de kaartboeken van omstreeks 1600, die mede aan de basis lagen van de beroemde albums van Croÿ.

Bronnen en werken in open kast
Een recent overzicht van de Leuvense universiteitsgeschiedenis biedt De Universiteit te Leuven 1425-1985 (Universitaire Pers, paperback 1987 en album 1988). Verder vindt u veel informatie in de tentoonstellingscatalogus 550 jaar Universiteit te Leuven (1976).

De voornaamste publicatie over de Leuvense Oude Universiteit (1425-1797) blijft nog steeds het verzamelwerk van E. Reusens, Documents relatifs à l'histoire de l'Université de Louvain (5 dln., Leuven, 1881-1903). Het bevat o.m. biografieën van de meeste professoren van de Oude Universiteit die men kan terugvinden dank zij een in 1977 door J. Buchet gepubliceerd register. Studenten van de Oude Universiteit zijn opgenomen in de Matricule de l'Université de Louvain, uitg. E. Reusens, J. Wils en J. Schillings (Brussel, 1903 e.v.).

Een belangrijke bron voor de geschiedenis van de Rijksuniversiteit Leuven (1817-1835) vormen de negen delen van Annales Academiae Lovaniensis (1821-1827) die de jaren 1817-1826 beslaan.

Onmisbaar voor de geschiedenis van de Katholieke Universiteit (sinds 1834) is het Jaarboek dat verscheen van 1837 tot 1974 (tot 1930 enkel Franstalig: Annuaire de l'Université Catholique de Louvain). Het bevat lijsten van alle gepromoveerde studenten, veel statistische gegevens en levensbeschrijvingen van overleden professoren. Die laatste vindt u snel via een register in dl. VII, 1 van de Academische bibliografie (Leuven, 1955).

Voor gegevens over de autonome K.U.Leuven kan men terecht in Academische tijdingen (1966-) en Campuskrant (1990-). Individuele gegevens over studenten kunt u terugvinden in de registers met de steekkaarten van het Studentensecretariaat (twee reeksen: 1834-1913 en 1919-1968). Over de evolutie van de Vlaamse studentenbeweging zie de catalogus Een eeuw Vlaamse studentenbeweging te Leuven (Leuven 1976). Een kleurrijke bron vormen de jaargangen van de studententijdschriften Ons Leven (1888-) (met registers!) en Veto (1974-).